You bore me!

You bore me!

Ja maar ik heb toch niets te melden” of “wie zit er nou op mij te wachten?” of woorden van die strekking hoor ik veel. En zo voel ik me zelf ook wel eens. Regelmatig zelfs. En niet alleen op Twitter, ook hier op mijn blog en soms zelfs op een podium bij een lezing.

Voor mij misschien een traumaatje uit mijn schooltijd. Kritische klasgenoten die liever iets anders doen dan naar mijn spreekbeurt luisteren. Waar inderdaad niemand op zat te wachten en waarbij het heel moeilijk was om iets te melden te hebben. Of dat je iets heel stoms zegt. Ik heb een keer Gletschers en Lawines door elkaar gehaald bij een spreekbeurt. Dan klap je wel dicht ja.

Wil je wél twitteren, maar word je geremd door dit syndroom, heb ik hier 7 tips voor je.

  1. Mensen die jou volgen, zitten absoluut WEL op je te wachten. Het zijn je klasgenoten niet! Ze zijn jou vrijwillig gaan volgen dus roep maar wat.
  2. Niet iedereen zit altijd op alles wat je roept te wachten. En dat geeft niets. In elk gesprek zeggen mensen interessante en minder interessante dingen. Die laatste, daar luisteren / lezen ze maar overheen. Laat je alsjeblieft niet afschrikken door azijnpissers die twitter “allemaal maar onzin over poepen en eten en huisdieren” vinden.
  3. Als je zelf even niets weet, ReTweet (stuur door) dan tweets van anderen die jij boeiend vindt, eventueel met een kort commentaar waarom je ze boeiend vindt.
  4. Twitter een link naar iets dat jij interessant vindt: een mooie website, een interessant artikel, een opmerkelijk videofilmpje.
  5. Reageer op vragen van mensen. Veel vragen worden gesteld met de hashtag #durftevragen of #dtv maar je kan ook zoeken op “hoe kan ik”
  6. Doe mee aan een gesprek over een onderwerp dat je interesseert. Ook hier komt de twitter search van pas. Zoek op “fotografie” of “linkedin inzetten” of op iets dat met jouw vakgebied of onderneming te maken heeft. Luister, deel je kennis, beantwoord en stel vragen.
  7. Stel zelf een vraag.

Ik heb even aan de goegemeente gevraagd of ze het herkennen. Hun reacties inspireerden me bij het bedenken van deze tips. Heb jij er nog? Ik hoor ze heel graag in de reacties.