Een steen in mijn buik. Een soort anticiperende zenuwen, alsof mij een standje te wachten staat maar ik weet niet precies waarom. Het onheilspellende gevoel iets vergeten te zijn. Stijve schouders, mijn stem hoog in mijn keel. En ja hoor, daar meldt de eerste dubbele afspraak zich. Glad vergeten jongens, geen idee hoe die uit mijn agenda is gevallen, duizend maal sorry. Ik ben een half uur minder te vroeg dan ik wilde voor de training die ik gaf en blijk een paar belangrijke printjes niet bij me te hebben. Mijn korte lontje knettert wanneer twee deelnemers een kwartier te laat verschijnen. ’s Avonds vind ik eindelijk mijn kwijte portemonnee terug in het vriesvak waar ik een portie diepgevroren soep opgraaf omdat ik geen tijd meer heb om te koken. Ik teer snel in op al mijn reserves: tijd, voeding en energie.

Volle agenda, vol hoofd, alles just in time of net te laat, multitaskend mijn leven jongleren. Cheetahs komen super ontspannen te laat, voelen zich niet schuldig over dubbele afspraken en worden niet zenuwachtig van kwijte portemonnees. Ik wel. Ik word er doodongelukkig van. Het overkomt me dan ook bijna nooit. Ik ben kampioen vertragen, net als Cassiopeia, de schildpad van professor Hora, de hoeder van de tijd. Verplichte kost overigens: Momo en de tijdspaarders, van Michael Ende. Momo moet de tijd redden van de tijdspaarders. Deze mannen met grijze pakken die de tijd van mensen in de vorm van sigaren oproken achtervolgen Momo. Cassiopeia kan een half uur in de toekomst kijken en gidst zodoende in alle rust Momo uit het zicht van haar achtervolgers.

Net als Cassiopeia sta ik niet stil, maar ik zorg ook graag dat ik niet te hard ga. Het juiste tempo om het overzicht te houden en met rust en aandacht elk moment te proeven. Tussen afspraken plan ik een half uur speling. Ik mijd spitsen. Plan niet meer dan twee avonden per week vol. Ook weekenden blijven blanco in het kader van serendipiteitsmaximalisatie. Ik heb liefst elke dag tijd voor een stevige wandeling en combineer ontmoetingen graag met buiten spelen of lekker eten.

Aantekeningen maak ik met vulpen in een mooi schrift (Leuchtturm, met paginanummers). Do 1 februari 2018, elk leesteken staat in een eigen kleur bovenaan de lege pagina. Een van mijn vertragingstactieken. Het kan nog trager, dan schrijf ik “donderdag een februari tweeduizendachttien”. Zoveel kleuren heb ik wel. Op zondag kijk ik terug op de week en streep ik alle gedane todo’s in verschillende kleuren af. Todo’s die veel tijd, energie of denkkracht kosten streep ik met veel kleuren door, heel bevredigend. Ik kijk vooruit en maak het lijstje voor de komende week, elk item in een andere kleur. Als een toverbal sabbel ik zo langzaam aan mijn tijd. Haal hem af en toe uit mijn mond om te kijken welke kleur ze heeft. Leg hem soms een tijdje weg en maak een lange wandeling.