Het nachtlicht schetst met zilveren pen de contouren van varens en bamboe aan de rand van de open plek. Ze hoort het geritsel van de metershoge stengels. Dan zacht briesen. Tussen het gebladerte verschijnt de golvende kwikzilveren gestalte. De vacht van de silverback glanst alsof hij het licht van de maan heeft opgedronken. Dat er zoveel kleuren zwart bestaan had ze nooit voor mogelijk gehouden. De zwarte huid van zijn vuisten en gezicht glimt als hematiet. Hij staat stil op de rand van de open plek, snuift en stoot een zachte diep ronkende klank uit.

(Duisternis 1)

Lees Interacties