Voor het eerst haal ik het neefje van vier op van school. Hij is op de fiets. Fietsen met mijn ongeleid projectiel van een neefje. Van boven in de stad (De Stevenskerk) naar beneden. Best een steil stukje. Onder de Hezeltunnel door, een Gevaarlijke Kruising over, nog twee bochtjes en dan thuis met de auto’s spelen.

“Meestal als je heel hard STOP roept, dan stopt ie wel” zei mijn broer nog laconiek.

Al een week lang flitsen er horrorscenario’s over mijn inwendige bioscoopscherm. Piepende banden, een omgevallen kinderfietsje, het wiel nog draaiend, zwaailichten, bedremmelde omstanders. Een zeer hip jongensschoentje (marktplaats), zonder jongetje erin, in de berm.

Ik riep echt heel hard “KIJK UIT!”

“Nee San, ik zei dat je STOP moest roepen, dan stopt hij meestal wel”.

Maar ook de herinnering aan mijn met de buurjongen zelfgebouwde BMX waarvan we de overbrenging in de trappers vergeten waren. Je kon de trappers dus niet stilhouden en niet remmen, maar er wel mee achteruit rijden. Net als bij zo’n kleuterdriewieler. Hoe ik dat voor het eerst ontdekte op een schuine helling, met hoge snelheid en een zeer intieme ontmoeting tussen een getande trapper en mijn kuit.

Of die keer dat ik van het fietspad op de stoep terecht kwam, over de kop vloog en met mijn kin op een grofbetonnen stoeptegel belandde. Met twee afgebroken kiezen en het voor mijn generatie bijna onvermijdelijke litteken op mijn kin als aandenken. En toen mijn tante met mij bij de prikkendokter was geweest, en ik achterop haar fiets flauwviel en er dus vanaf kukelde en zij dat pas vele bochten verder ontdekte. Of toen ik van het voetsteuntje van mijn moeders fiets afschoot en mijn hele onderbeen tussen haar spaken stak.

Terwijl ik nog vecht met traumatische herinneringen en horrorachtige toekomstscenario’s slingert mijn neefje met het lef van een kleuter over de kinderkopjes naar beneden. Hij omzeilt per ongeluk een uitzwenkende teckel, bezorgt een man in een scootmobiel een hartverzakking en stuitert met razende vaart op de Gevaarlijke Kruising af.

STOP!

En hij stopt. We kijken naar links, we kijken naar rechts, nog een keer naar links en steken de eerste helft over. In alle rust herhalen we het ritueel en even verderop lonken de speelgoed auto’s.

Ik realiseer me dat ik als kind onder die ongelukken niet erg geleden heb. Ik maakte me er vooraf geen zorgen over en “leerde” er ook weinig van, ik bleef een speelse brokkenpiloot. Pas nu, nu ik de verantwoordelijkheid heb over een nieuw onbevangen wezentje, ook nog eens het kind van een ander, stellen herinneringen en fantasie alles in het werk om mijn pret te bederven.

Lees Interacties