Weer een verhaaltje. Vraag aan jullie: welk van deze drie mensen vind je interessant om beter te leren kennen en waarom?

Nico –

In de ochtendschemering zwalk ik naar mijn opvanghuis. Ik ben zo moe, ik voel me zowat stoned. In deze saaie zijstraat van de Vijzelgracht hebben de huizen nog ouderwetse kozijnen met omhoogschuiframen en brede vensterbanken. Ook op de begane grond. Zo, meteen aan de stoep. Soms met allerlei installaties erop om te voorkomen dat mensen of dieren er gaan zitten. Ijzeren pinnen, glasscherven. Twee huizen voor de opvang is een kontvriendelijke vensterbank. Daar kan ik even gaan zitten, op adem komen. Ik durf nog niet naar binnen. Als ze denken dat ik weer gebruikt heb ben ik echt zó de lul, dan gooien ze me er zonder pardon uit. En dan begint het hele gezeik weer van voren af aan, ben ik weer dakloos, moet ik me weer warm houden met de fles, vergeten met de dope, geld regelen voor al die shit, radiootjes stelen, fietsjes ‘lenen’. Ik heb me de tering gewerkt om te komen waar ik nu ben. Ja ik had heus hulp, maar uiteindelijk sta je er toch alleen voor. Al dat uitzoekwerk, verzekeringen, identificatiebewijs regelen, postadres regelen, afkicken, opvang zoeken. Gedoe. Denk je dat je alles weer een beetje op de rails hebt maar met dat postadres weten de deurwaarders je ineens ook weer te vinden. Twintigduizend gulden stond er nog open. Dakloos en verslaafd zijn was echt een stuk makkelijker.
Ah… mehnn daar is die vensterbank, poehhhh even neerploffen.

“Heeee Nico! Zit je even uit te puffen?” Komt ze net aanlopen, die van hier!
“Ja joh, de hele nacht gewerkt, ben helemaal wiebelig, lijk wel dronken.” Ik weet niet eens hoe ze heet, maar ze studeert en werkt ook ’s nachts. Iets met bandjes geloof ik.
“Ik kom ook net thuis. Blijf maar lekker zitten, ik maak even koffie, wil jij ook?”
Wat een schatje he? “Heerlijk lijkt me dat, doe mij maar een bakkie”.

Ze komt naast me op de vensterbank zitten, even bakkie doen, ouwehoeren. Ik weet wel waarom ze me niet binnen wil hebben, wie wil er nou een ex-junk in huis? Snap ik wel, is niet erg. Maar als ik nou straks weer een beetje geld heb, dan laat ik mijn gebit restaureren, ga ik naar de kapper. Zie ik er weer een beetje patent uit en niet met zo’n verlopen ex-junkenkop. Misschien dat ze me dan een keertje binnen laat.

Inge –

Heerlijk vind ik het om in de ochtendschemering thuis te komen na een nacht werken. Wat een vette show was dat! Ik sta helemaal strak van de adrenaline. Ze speelden de sterren van de hemel, publiek uit zijn plaat, vette moshpit, stagedivers, crowdsurfers, echt ouderwets lekker. Het enige jammere is dat ik altijd aan het werk ben en ook moet rijden. Voor mij geen biertjes en geen moshpit. Nee, op tijd zijn, zorgen dat het podium opgebouwd wordt, dat de jongens te eten krijgen, dat we genoeg tijd hebben voor de soundcheck en dat we betaald krijgen. Hele zwikkie weer thuis afleveren, bus terug naar de verhuur en op mijn fietsje naar huis. Maar het is het waard. Wat een klapper vanavond. Ze vroegen zelfs míjn handtekening en ik ben de tourmanager maar.

Zal ik nog gaan slapen? Ik moet over drie uur alweer op college zijn, ik weet niet of het zin heeft. Oh hee, daar zit Nico op mijn vensterbank. Nog zo’n nachtuil. Even kijken of hij koffie wil. Ik weet niet waarom we een klik hebben. Misschien heb ik het gevoel dat we op hetzelfde dunne lijntje gelopen hebben en is hij de ene kant op gekukeld, de afgrond in, en ik de andere. Hij is geen domme jongen, leuk om mee te praten, we vinden dezelfde films en boeken leuk en kunnen daar lekker over ouwehoeren. Hij onthoudt alleen nooit mijn naam. Hij zal toch niet zoveel ouder zijn dan ik, nog geen dertig denk ik. Echt jammer dat je zo goed aan hem kan zien dat hij verslaafd is geweest. Dat gebit is echt niet gezellig meer. Mooi dat ik hem op de vensterbank laat zitten, ik vertrouw het toch niet helemaal om hem binnen te laten.

Juliëtte –

Heb ik weer te vaak op snooze gedrukt, ik had nog nét tijd om mijn shake naar binnen te werken. Sjonge wat is het vroeg, zal ik hier ooit aan wennen, om half zeven de deur uit? Nu gaat het nog, het is al een beetje licht. Nou, hop hop hop de deur uit. Ik gris een mok hete koffie van het aanrecht en klepper met mijn tas half aan mijn schouder de steile houten trap af. Ik zal wel weer commentaar krijgen van Inge over het lawaai. Nou dat moet dan maar. Eenmaal buiten struikel ik over de lange benen van die smerige junk van het opvanghuis!

“Wel potverdorie man, wat doe je hier op onze vensterbank! En nou heb ik al mijn koffie gemorst! Scheer je eens gauw weg!”
“Wowww Jet, buuv, doe eens even relaxed zeg, we zitten hier rustig een bakje te drinken, kom maar met je beker dan vul ik hem even bij”
“Oh. Inge. Ik had je niet gezien”
“Jet, dit is Nico, Nico, Juliëtte, mijn bovenbuurvrouw. Ze houdt niet zo van sorry zeggen.”

Ik weet even niet hoe ik het heb, sorry zeggen? Tegen dat stuk vreten? En wat moet Inge nou met die vent op de vensterbank? Zeker allebei een nachtje doorgehaald en elkaar hier tegen gekomen. Ze heeft ook zo’n debiele smaak in mannen, dat kan nooit goed gaan. Ik gris mijn mok met verse koffie uit haar handen en mompel iets van ‘doei’ en vlieg er weer vandoor. Achter me hoor ik ze het uitproesten… Ja lach maar, losers! Ik heb tenminste werk om naar toe te gaan.

Lees Interacties