Soms is het zo stil in mijn flatje dat ik onwillekeurig in m’n oor voel of ik soms dopjes in heb. Maar nee, dan zou ik nog het lawaai van mijn hartslag en het ruisen van m’n bloed horen. De holle echo van de adem door mijn longen. Een heerlijke oorverdovende stilte heb ik in dit huis. Totdat, héél zachtjes, langzaam aanzwellend tot nog steeds erg zacht, je moet je oren spitsen, het ritmische dansen van een trein een scheurtje maakt in die wollige stiltedeken. Met daarna de ultieme beloning, de diepste stilte ooit, de stilte die op het kleinste geluidje volgt. Dat is de stilste stilte die ik ken.