Onderstaand gedichtje is inmiddels drie keer vergeten en terug gevonden. Ik schreef het bijna 20 jaar geleden aan een vriendin. Omdat ik dacht dat ze het nodig had, denk ik. Ze stuurde het me later op. Omdat ze dacht dat ik het nodig had, denk ik. Ik vind het telkens terug, ik heb het regelmatig even nodig ook.
Ik deel het hier maar. Ik zal wel niet de enige zijn, namelijk.

verdwijnen in de massa, onopgemerkt
geen mens die je ziet, je valt niet op
zolang je dat kan geloven, adem eenzaamheid.

toch, af en toe het onwrikbaar weten dat er iemand naast je loopt
ze kijken over je schouder hoe je het doet
ergens achter in je hoofd voel je de trotse glimlach

van iemand zoals jij

(Sanne Roemen ’99)